Omdat de meeste ongelukken in het verkeer ontstaan door jonge, onervaren bestuurders, heeft de overheid besloten (in 2002) het puntenrijbewijs in te voeren. Het rijbewijs is 5 jaar geldig en wordt daarna automatisch omgezet naar een gewoon rijbewijs.
Het beginnerrijbewijs is een puntenrijbewijs Het verschil tussen een puntenrijbewijs en een gewoon rijbewijs zit hem in de strengere regels voor het behouden van je rijbewijs. De eerste vijf jaar nadat je het rijbewijs hebt opgehaald bij het gemeentehuis moet je extra op je tellen passen. Houd je je netjes aan de verkeersregels, dan is er niets aan de hand.
De volgende overtreding(en) kunnen je punten kosten: - veroorzaken van gevaar of hinder in het verkeer (art. 5 WVW)
- veroorzaken van een ongeval met dodelijk gevolg of zwaar letsel (art.6 WVW)
- bumperkleven (art. 19 RVV)
- ernstige snelheidsovertredingen (meer dan 30 km/uur te hard. Op de snelweg meer dan 40 km/uur te hard) (art. 20, 21 en 22 RVV)
- veroorzaken van materiƫle schade of lichamelijk letsel door onjuiste naleving van de verkeersregels (RVV)
Elke overtreding moet persoonlijk zijn geconstateerd door een agent, die de bestuurder staande moet houden. Het signaleren van een overtreding op kenteken is niet genoeg, want daarbij bestaat de kans dat een ander dan de beginnende bestuurder achter het stuur zat.
Uiteraard kunnen de misdrijven van de Wegenverkeerswetgeving ook punten kosten. Denk hierbij aan rijden onder invloed, het verlaten van de plaats van het ongeval na een aanrijding enz.
Wie binnen 5 jaar tijd 3 punten krijgt, wordt geconfronteerd met een schorsing van het rijbewijs. Wanneer het rijbewijs geschorst is, moet de beginnend bestuurder een rijproef en een theorieproef bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) afleggen. Als u het onderzoek weigert of voor een proef zakt, wordt het rijbewijs ongeldig verklaard en moet het rijexamen opnieuw afgelegd worden.